Verslag|Samenvatting|Foto's|Video|Route

 

Maandag 26 februari 2001

Om 6:00 uur wakker. Vannacht heb ik de computer nog uitgezet (was klaar met het verzenden van de verslagen). Mijn server was weer niet in de lucht. Bert zal nog wel ziek zijn. En anders heeft hij het misschien te druk met de lekkage bij zijn ouders inde garage (renovatie door Wherestad).

Al ik 's ochtends check is mijn site weer bereikbaar en alles tot en met gisteren staat er op. Toch leuk dat tijdsverschil ;-) En mail-tje van ene J.A. Meijer. Nog niet gelezen. Zo aan het ontbijt maar vragen voor wie het is.

Ik kom als eerste Maja tegen en J.A. Meijer blijkt haar broer te zijn. Ze heeft ook al een telefoontje gehad: "Oma, we hebben je zien goudzoeken!". Leuk, hier doe je het voor.

Ook de familie van Henk en Hilde hebben gekeken. Het lijkt wel een groot succes. In ieder geval heb ik weer een steentje bijgedragen tot het evangeliseren (yak!) van het Internet. Wat de mensen vooral verbaast is de snelheid waarmee alles gaat. Gisteren konden ze al zien wat er voor ons die dag is gebeurd en de reacties via mail-tjes komen zo snel terug (komt ook vooral door het tijdverschil van twaalf uur).

Om 8:30 uur weer op weg, Voordeur links: centrum, achterdeur links: botanische tuin. We gaan naar links (de bus staat achter) om de steilste straat ter wereld te zien. Het schijnt je een drie kwartier te kosten om 'm te beklimmen, al beweert Felix het vijf keer in een kwartier te doen. Vandaar dat Felix Street hier in de buurt is. Je kan overigens een certificaat kopen, waaruit blijkt dat je het gehaald hebt.

Dan naar het Olveston House. Begin vorige eeuw (1904-1906) gebouwd. Bijzonder weelderig gemeubileerd en vol spullen die op reizen zijn meegenomen door de familie Theomin. Het is totaal niet mijn stijl, maar het is grappig om te zien en te horen hoe het vroeger was.

Het huis is gebouwd door David Edward Theomin (Bristol 1852-1933). Zijn (Joodse) gezin bestond verder uit drie personen: Marie (1855-1926), Edward Moritz (1885-1928), Dorothy Michaelis (1888-1966) Theomin. David Edward en Marie trouwden in 1897. Het huis is gebouwd tussen 1904 en 1996 (architect: Sir Ernest George). Het huis is genoemd naar de plaats Olveston in Engeland Hier ging David Edward als kind vaak op vakantie.

Daarnaast werd het huis bewoond door zes dienstmeisjes, een butler en mrs. Wilson (geen familie, geen personeel … wel een kamer naast die van de butler).

Het huis (Jacobean style) is vrij uniek, omdat het –bijvoorbeeld- centrale verwarming had. Elke kamer had elektrische verlichting (een eigen generator stond in de kelder) en er was een intercom systeem (lijkt op een gewone telefoon uit die tijd).

Dunedin was in die periode een rijke stad. De rijkdom was initieel vergaard door de goldrush, maar toen die voorbij was verdiende men aan het witte goud (ingevroren schapenvlees richting Engeland). In Dunedin staat de eerste universiteit van Nieuw-Zeeland (het universiteitsgebouw stamt uit 1878). Het stationsgebouw, dat in dezelfde stijl als het universiteitsgebouw is opgetrokken, stamt uit 1904. De steunende muren zijn drie-steens dik, de overige muren twee-steens.

De keuken is op het noorden gebouwd en dat is eigenlijk niet goed op het zuidelijk halfrond (noordelijk halfrond: keuken op het noorden, zuidelijk halfrond: keuken op het zuiden).

Dorethy Theomin, nooit getrouwd, heeft het huis in 1966 nagelaten aan de stad Dunedin. De stad exploiteert het als een bezienswaardigheid en noemt het zelfs de Olveston Experience. Op zich is het niet mijn stijl, maar het is mooi en vooral interessant genoeg om er van te genieten.

Theomin importeerde muziekinstrumenten, diamanten, en zo. Daarnaast was de familie vrij reislustig. Er zijn artefacten uit de hele wereld te zien en er hangen in totaal 240 schilderijen in het huis.

Een kort overzicht: een boudoir piano in the lady room (waar de vrouwen zich terugtrokken na het eten). Karel speelt wat. Er zijn aparte deuren voor de dames en het bedienende personeel. Terwijl de dames in de Lady Room waren, dronken de heren port en rookten ze sigaren. Deze kamers werden vooral na het diner gebruikt.

Familieportret: Dorethy is nog geen 18, want ze draagt nog geen lange rok en heeft geen opgestoken haar. Meisjeskamer: Dorethy beklom bergen, iets wat meisjes niet deden in die tijd. Ze had een kleine klerenkast, vreemd als je nagaat dat men in die kringen in die tijd zes keer dag van kleren wisselden. Wat we nu in een wasmachine in 40 minuten doen, kostte een dienstmeid toen twaalf uur. De lampen hangen bij het raam, zodat er van buiten niet naar binnen gekeken kan worden. Beddenpan en go-under (po). Jongenskamer: dit is een grotere kamer dan die van Dorethy. Op de gang zijn er een aantal deuren afgesloten. Achter deze deuren zijn de liftsystemen voor kolen en meubels (dicht in verband met kinderen in tours).

Dan volgen een groot toilet en een grote badkamer voor de heer des huizes. Er is ook een ruime kleedkamer voor de master. De master bedroom is ook zeer ruim. Er staan twee single beds op wielen, zodat de bedden tegen elkaar aan geschoven konden worden. In de kamer is ook een juwelenkluis. De vrouw des huizes werd door haar meid in de master bedroom aangekleed. Er is hier ook een juwelenkluis. (Er zijn weinig juwelen nagelaten: Marie had nog veel familie in Australië en daar is veel naar toe gegaan Edward was getrouwd met Ethel en zij woonden ergens anders. Na de dood van zoon Edward, hoorde ze niet echt meer tot de familie. De klerenkast is met linnen bekleedt en heeft een uitschuifbaar hangsysteem.

In de billiard room is er een grote pooltable (billiards). Onder deze tafel zijn stalen balken gemonteerd. Er is een skylight en de lichten konden in hoogte worden versteld. Hoewel dit geen ladies game was, is er wel een cue met de naam van Dorethy. Het scoreboard is uitgerust met een ingebouwd goksysteem. De winnaar won de pool. Er is een Mahjongspel voor de dames.

Bedienden: er zijn in de keuken twee ovens: een voor gebak en een voor vlees. De ovens hebben een doorkijkdeur. De kitchenmaid was een meisje vanaf vanaf 14 jaar. Vanaf 1926 had men een koelkast. De koelkast is ongeveer 160 centimeter hoog. De helft daarvan is de motor. Het ijs werd geschaafd. Veel vormpjes voor pudding, een kersontpitter. Allemaal "Delfts Blauw" uit Hamburg. Alles is bewaard gebleven. In de scullery zat de scullery maid (12 jaar). Zij deed de afwas. Ook werden hier de bestellingen bezorgd. Dit gebeurde door het raam heen. Er staat ook een mixer uit 1940 en allerlei kruiden. In de butlersroom staat al het servies en opdienzaken. Veel China en alles in ruime voorraad, zodat als een maid iets liet vallen je gewoon door kon gaan met opdienen (en de meid werd ontslagen. Er is een waterzuiveraar en een vleesschaal met een heel ingebouwd leksysteem. De schaal is dus loodzwaar en werd waarschijnlijk op een wagentje rondgereden. Tussen de scullery en de butlersroom is een doorgeefluik. Het eten zal dus wel van keuken naar scullery naar butlersroom zijn gegaan, waarna de butler opdiende.

Er is een signaleringspaneel met 24 lampjes (er waren in totaal 35 kamers), zodat de hoge heren en dames 24-uur per dag de bedienden kondenb oproepen.

De library. Het is duidelijk wat de mannen en wat de vrouwenkamers waren. Kamers bestemd voor de dames waren licht, die voor de heren donker. In dit huis werd de library de morningroom genoemd.

Eetkamer: grote tafel voor acht, en een kleine tafel voor vier personen. Er was apart bestel voor alles, ook voor vers fruit. Het bestek was uiteraard van zilver en de handgrepen van ivoor. De kaarsen waren uitgerust met onbrandbare kapjes, zodat je geen kast had van de schittering van de kaarsen. Het eten werd Russian-style opgediend. Wel alles op tafels langs de muur als een modern buffet, maar uiteraard werd al het eten door een bediende naar de borden gebracht.

De vestibule lijkt wel wapenkamer. Samoeraiwapens, geweren uit Marokko en degens uit Wenen hangen aan de muren. Verder staan er replica's om mee te pronken. Er staat ook een beeldje met een detachable figleave. Naughty! Speciaal voor de arriverende gasten was er een aparte opfrisruimte naast de vestibule.

De grote hal, tenslotte, was er voor de feesten. Boven zijn een paar luiken te zien. Via deze luiken konden jonge meisjes als Dorethy toch van het feest genieten.

In 1939 hield het bediendensysteem in Nieuw-Zeeland op te bestaan. De vrouwen gingen in de oorlogsndustrie werken en de mannen trokken ten strijde in de Tweede Wereldoorlog.

Er wonen nu vier studenten als caretaker in het huis, zodat het dus 24-uur per dag bewoond wordt De tour is nu ten einde en Margareth, de gids, leidt ons in het souvenirwinkeltje Ze heeft het aardig gedaan (ik zat in de Engelstalige groep, ma in de groep waar Felix vertaalde). In het gastenboek laat ik mijn naam en webadres achter. We mochten hier overigens geen foto- en filmopnamen maken.

Het huis is vooral leuk door alle “technische” snufjes. Het is in ieder geval een bezoek waard als je toch tijd genoeg hebt in Dunedin (of het interessant genoeg is om naar Dunedin te komen, is de vraag).

Dan naar Larnach Castle. De gids heet deze keer Pam. Foto- en video-opnamen zijn weer niet toegestaan. Ook zijn er excuses voor de overlast door een Indiaase filmploeg, die een speelfilm aan het opnemen zijn.

Dit kasteel boeit me minder. Het is weer iets Europees, en niet zo zeer iets Nieuw-Zeelands (noch in het Olveston House, noch in Larnach Castle heb ik bijvoorbeeld maar iets Maorisch gezien). De bouw van het kasteel heeft vijf jaar geduurd en met de inrichting was men een jaar of twaalf bezig. Het is dan ook een groot gebouw en er is veel aandacht besteed aan artistieke details.

Wat als zeer interessant wordt verkocht is de geschiedenis van de familie. Larnach was landeigenaar, bankier, financier, handelsbaron en Minister of the Crown. Bij zijn eerste vrouw had hij zes kinderen. Die vrouw stierf op 38-jarige leeftijd. Vervolgens trouwde hij met de hartsvriendin van zijn overleden vrouw (vandaar dat er foto’s zijn waar zowel zijn eerste als zijn tweede vrouw staan), maar ook zij overleed op 38-jarige leeftijd. Zijn derde vrouw tenslotte had een affaire met zijn een na oudste zoon. Dit greep de beste man zo aan dat hij in het parlement een kogel door zijn hoofd joeg. Het schijnt nog te spoken in het kasteel (eerste vrouw). Tja.

De tuin is wel aardig (al kan je door die filmploeg niet echt vrij rondlopen) en de lunch is zeker niet slecht. Koud vlees (kip en ham), veel sla, kaas en eventueel aardappelen. Een champignonensoepje met maďs en kip vooraf, en een of ander heerlijk schuimgebakje toe,

Eindelijk. Rond 13:30 uur gaan we op weg naar de Albatroskolonie. Volgens de tourbeschrijving zouden we met de boot gaan, maar dat duurt 2,5 uur (one way). Met de bus gaat het een stuk sneller en nu kan je nog andere dingen doen. Hopelijk komen we nu wel dichtbij genoeg . De Albatroskolonie is bij Portobello aan Taiaroa’s Head. Dit schijnt de enige albatroskolonie op het vaste land te zijn.

We worden weer in twee groepen gesplitst. Op de een of andere manier zijn er nu minder Engelssprekenden in de groep dan voorheen (kan het me wel voorstellen; het is niet altijd even goed te volgen), maar ik sta er op dat ma met de Nederlandstalige groep mee gaat (ze dreigde buiten die groep te vallen), Daarnaast schijnt het zeer steil te zijn, dus moet ze nog met een elektrisch wagentje ook.

Eerst krijg je een film, ingesproken door David Attenborough. Het vertelt iets over de albatros. Vervolgens vertelt onze gids, Colin, nog meer interessante zaken over deze majestueuze vogels: de albatros kan 100 kilometer per uur (wind mee) vliegen en kan 500 kilometer per dag afleggen. Ze eten vooral inktvisjes en vissen. De albatros brengt 80% van de tijd boven zee door squid een fish. Ze broeden om de twee jaar en de rest van de tijd verblijven ze ergens voor de kust van Zuid-Amerika. Als het tijd is om te broeden komen mannetje en wijfje (ze vormen paartjes) binnen enkele dagen –soms uren- van elkaar, weer bij elkaar bij de broedplaats. Paringsdans, paren, ei leggen en broeden. Dit laatste gebeurt door beide ouders.

Ook het kuiken wordt op die manier de eerste tijd beschermd. De ouders halen dan afwissend voedsel. Na een dag of 30 laten de ouders het kuiken alleen, zodat ze beiden eten kunnen zoeken. Als het kuiken 100 dagen oud is dan eet het 2 kilogram per dag. Op een gegeven moment weegt het kuiken zo’n twaalf kilo, terwijl de ouders maar ongeveer een kilo of 7,5 wegen. De ouders beginnen vervolgens steeds minder eten te brengen en het eten dat ze brengen, brengen ze niet meer naar het nest, zodat het kuiken in beweging moet komen. Tegen die tijd beginnen ook de eerste vliegoefeningen.

Bij 240 dagen kan het jong vliegen. De jonge vogels gaan vervolgens vijf jaar vliegen. Het is niet helemaal bekend waar deze vogels dan uithangen (al worden ze wel gemerkt). Na die vijf jaar keert ongeveer 75% terug en gaat er gebaltst maar nog niet gepaard worden. Na een paar jaar “verkering” zijn de vogels pas na tien jaar geslachtsrijp en begint de cyclus opnieuw.

Albatrossen kunnen gewoonlijk tussen de 40 of 50 jaar oud worden. Erg oud voor een vogel. De oudst bekende albatros is/was een jaar of 61. In 1998 is deze vogel echter voor het laatste gezien. Tot die tijd bracht de vogel gewoon jongen groot.

Dan naar boven. We moeten in totaal twee met sloten beveiligde hekken door. Je kan dus niet zomaar naar de vogels gaan kijken. We worden in een observatiehuisje geloodst (fotograferen met flits is niet toegestaan) en we zien een kuiken dat alleen op het nest zit. Er omheen staan vallen om ratten en wezelachtigen te vangen. Even verderop zit een albatros op een (jonger) kuiken. Als de vogel gaat verzitten dan is de kop van het kuiken even te zien.

Verder zijn er alleen een paar aalscholvers en een zeehond te zien. Er schijnen weer pinguďns te zien te zijn, mar ook deze keer kan ik ze niet ontdekken. Helaas. We krijgen weer veel te weinig tijd, maar ja … het was zeker een leuke ervaring.

Als laatste nog naar Signal Hill geweest voor een uitzicht over de stad (had het uitzicht liever van uit de baai richting de stad gehad, maar ja) en een bezoekje aan het universiteitsgebied. Eigenlijk hebben we alleen even gekeken naar het oude universiteitsgebouw. Minder mooi dan dat van Toronto in Canada. En de nieuwbouw is helemaal afzichtelijk, maar ongetwijfeld erg functioneel.

Vanaf de albatroskolonie was ik aan het raam gaan zitten, omdat ik nog wat uit het raam wilde fotograferen. Helaas val ik op een gegeven moment, voor het punt dat ik wilde fotograferen in slaap. Nog steeds zeer vermoeid.

We doen weer een was. De vierde al, geloof ik. Ma is van haar geloof afgevallen en aan strijken wordt niet meer gedaan Prima. Het is vakantie, hoor. Ik werk aan het verslag en ma leest (op het toilet, want in dit pietepeuterige kamertje waar je nauwelijks je kont kan keren, is maar een stoel). Rond 23:00 uur ga ik naar bed. Oja, er is hier weliswaar geen bad, maar de TV geeft hier veel beter ontvangst en op het achter de kast laten vallen van mijn Modemstekkertje (die speciale Nieuw-Zeelandse; zowel TV als koelkast moesten even verhuisd worden) is het een rustige avond.

Morgen om 10:00 uur uitchecken. Met de bus naar de Octagon (het centrale plein van Dunedin). Om 14:00 uur vertrek vanaf Octagon. In de tussentijd heb je tijd om wat rond te kijken en te lunchen. We zullen ons wel vermaken, en aangezien er voor Internetgebruik in dit hotel niets extra wordt gerekend, reken ik er op morgenochtend wat uitgebreider te kunnen Internetten. Wie weet.

Op het zonder extra kosten kunnen Internetten na, vind ik dit eigenlijk geen hotel om terug te komen. Misschien is de kamer groot genoeg als je alleen bent, maar met zijn tweeën? Nee, ik ben blijkbaar te verwend geraakt …

De reünie gaat plaatsvinden op maandag 14 mei van 13:30 uur tot 17:00 uur. Maar eens kijken of ik er vrij voor kan nemen.

 

Verslag|Samenvatting|Foto's|Video|Route