Woensdag 21 februari 2001
Om 6:30 uur zijn we pas wakker. Een beetje langer kunnen liggen vandaag. Gisteravond pas na 1:00 uur gaan slapen, want het afmaken van de verslagen duurde weer wat langer dan ik dacht (die filmpjes, hé), Mijn bloedsuikerwaarde is gezakt naar 5,8. Ma heeft 14,6. Mooi gezakt, maar nog veel te hoog.
Ontbijt om 8:15 uur. Ei, op welke manier klaargemaakt dan ook, wordt op bestelling klaargemaakt. Er is geen vers fruit en zoals in bijna elk hotel, komt de toastaanvoer maar moeizaam op gang. Er is kaas, in heel dikke plakken gesneden. Heerlijk, maar het had niet zo dik gehoeven. Overigens geen zoete broodjes of croissants. Iets gezonder gegeten (nou ja, geen vers fruit).
Ik ben een beetje benieuwd of dit toevallig de eerste keer was dat Wereldcontact gebruik maakte van die Wanaka Motor Inn. Als van tevoren bekend was dat de bestellingen opgenomen moesten worden dan was het misschien wel makkelijker geweest als de bestelling de avond ervoor was opgegeven Helemaal, omdat we nu minder tijd hadden om te eten.
Iets over achten rijden we weer. Een beetje vertraging opgelopen, omdat er een rekening nog niet was betaald en er drie mensen wel betaald hadden maar dat was door het hotel niet goed geregistreerd. Geen kosten voor mijn Internetgebruik. Met de eigenaar nog even over Internet Service Providers in Nieuw-Zeeland gepraat, Vergeten waar hij zijn toegang kocht. Stom.
De eerste stop zal bij een goudstadje (Cromwell) zijn. Tussen Wanaka en Queenstown is het een echt goudwinningsgebied geweest. Vooral de Chinezen zijn hier rijk geworden, omdat zij na het groffe zoeken van de westerlingen nog zeer veel goudstof wisten te winnen. Uiteraard werden zij gediscrimineerd.
Het goud werd hier aan het oppervlak gevonden. Felix beweert dat een reisleidster van een andere groep een klein klompje heeft gevonden en dat ze daar meteen NZ$800.00 voor betaalden.
Het is droog rond Wanaka. Alle regen wordt tegen gehouden door de bergen aan de kust. Je ziet wel groene bomen (niet-inheems) en weiden (besproeid) vol schapen. Zo nu en dan wat koeien (we missen net een kudde koeien die over de weg wordt gedreven), redekijk veel herten en wat bijenkasten. Iemand heeft een lama (?) gezien.
We komen nu langzaam in een streek waar allerlei fruit wordt verbouwd. Ma merkt niets van dit alles, ze slaapt weer. Misschien door de hoge suiker? Leendert is overigens weer geheel opgeknapt.
Terwijl we langs Lake Dunsten rijden, passeren we de 45ste breedtegraad. we zitten nu dus even ver af van de zuidpool als de evenaar. Dat is dus 45 x 60 zeemijl (*1851 meter; een breedtegraad = 60 minuten. 1 minuut = 1 zeemijl).
Veel wijngaarden. Aan weerskanten van elke rij planten staan rozen. Rozen zijn zeer vatbaar voor ziekten dus een goede indicator voor de gezondheid van de wijnranken.
Om 10:00 uur zijn we bij het goudmijnstadje Cromwell. Het bedrijfje heet Goldfield Park. Er wordt hier sinds 1857 goud gevonden. De eerste drie jaar was goed voor 46 ton, volgens de regering (in werkelijkheid ruim 60 ton). De chauffeur staat hier binnen. De bus is dus weer onbewaakt. Ik hoop dat ze goed verzekerd zijn. Gelukkig hebben we een kleine bus... we zien er dus niet zo rijk uit.
Voor de goldrush woonden er inde ze streek, inclusief Dunedin, 600 mensen. Al heel snel waren dat er 40.000. Hele bemanningen drosten van hun schip. Er kwamen vooral Europeanen. Nu nog wordt jaarlijks zo'n 10.0000kg gevonden.
Het is hier tussen de -15 en 40 graden. Er val ongeveer 30 centimeter regen per jaar. Er worden hier nog steeds Moa-nesten gevonden. Met versteende eieren. Grappig
We zien hoe ze stenen vergruisden en hoe ze rots kapot spoten. De pijpen zijn ruim 100 jaar oud. Water en lucht zijn hier zeer zuiver en het roest allemaal nauwelijks.
Dan mogen we goud zoeken. Ik fotografeer alleen de mensen met NZ$ in hun ogen. Er zijn een paar mensen die wat goudflintertjes vinden. Ze krijgen het in een met water gevuld buisje mee, zodat het in ieder geval nog ergens op lijkt. Het zal wel “fools gold” zijn. Als het echt iets waard is dan krijg je het vast niet mee.
Leendert wil iets voor Barbara kopen. Hij denkt dat het NZ$300, maar het blijkt NZ$ 11,000.00 te zijn. Je moet diabeten ook nooit zonder de bloedsuikerwaarde te meten hun creditcard laten trekken ;-)
Er zijn klachten geweest over de cameramensen. Er schijnen mensen te zijn die, in hun drive om goede opnamen te maken, te weinig rekening houden met anderen. Het zicht wordt blijkbaar geblokkeerd. Ik voel me niet echt aangesproken, omdat ik juist bijna altijd juist achteraan sta. Grappig bij de eerstvolgende stop komt Felix naar me toe om te zeggen dat ik me niet aangesproken hoef te voelen, want ik blijf juist altijd bescheiden op de achtergrond. Had hij niet hoeven doen, maar aardig dat hij het wel even deed. (Ik film ook nauwelijks. Bij fotograferen ga je er toch anders mee om.)
Next stop: een fruitstalletje. Het is meer een fruitwinkel. Grote dennenappels hebben ze hier, zeg. En een overvloed, en vooral wat een verscheidenheid. Ik wijs Felix op de deur van de koelcel. Deze hangt vol met visitekaartjes van1 tourleaders. Hij geeft zijn kaartje af, zodat de zijne ook opgehangen kan worden. Het kan immers toch niet zo zijn dat Wereldcontact niet aan de muur hangt.
We bezoeken de brug waar bungee jumping is uitgevonden. De brug, de Kawarau Suspension Bridge, is slechts 43 meter hoog en de sprong kost je NZ$155.00, maar daar krijg je wel een video van je sprong voor. Hmmm, dan zit ik liever in een helikopter. Eindelijk eens de contineous-mode kunnen proberen. Ik meende het al gelezen te hebben, maar de camera neemt maar drie foto's in deze stand. Bij de laatste foto is de springer half uit beeld gesproken.
Dan op weg naar onze laatste stop: het Skyline Restaurant op Bob’s Peak. Met een kabelbaan in een vierpersoon gondola naar boven. We zitten in dezelfde gondola als Jelle en Oeke (ja, ja … ik ken eindelijk zo’n beetje alle voornamen). Het gaat vrij steil naar boven.
Boven aangekomen worden we in het restaurant geleid. We zitten aan een tafel of drie aan het raam. Er wordt al vrij snel aangeboden om te rouleren. Alleen vindt niemand dat nodig aan onze tafel. Het is een buffet en het is zeer overdadig: verse salade en sla, vis, mosselen, lam (met mintsaus), kip, vis, taartjes, ijs, vers fruit … noem maar op. Ma vindt de bananen chips heerlijk. Ook de amandelen vallen in goede smaak. Zelf vind ik de gember heerlijk. Het was zoveel dat we dit maar als avondmaaltijd beschouwen. Dat komt goed uit, want later blijkt dat we vandaag geen gezamenlijk diner hebben.
Het is schitterend hier. Je kan nog naar een film gaan, maar wij dwalen tot 15:00 uur buiten rond. Ik heb heel lang in de zon gestaan (jeukindex steeg daardoor wel) om de paragliders te fotograferen. Lukt niet erg, want als je ze links verwacht komen ze van rechts (en omgekeerd). De foto die ik had willen nemen is nooit genomen.
In de verte zie je ook een parasailer en er kan ge-bungee jump-t worden. Paraglide-n gebeurt in principe onder begeleiding van een ervaren iemand en het bungee jump-en gebeurt hier met het elastiek om de middel (ongetwijfeld met een tuigje) en niet aan de enkels. Je kan ook met een soort sleetje op wielen (luge) de berg af roetsjen. Voor het paragliden en luge-n moet je met een gratis kabelbaantje naar boven. Paraglide-n en luge-n zelf kost wel extra geld.
Rond een uur of vier is iedereen weer beneden. We praten nog even met Felix en Ria over mijn jeuk en onze suiker. Ik zit een beetje met een dilemma Het mooie weer zorgt ervoor dat er echt genoten kan worden van Nieuw-Zeeland, maar het zorgt wel voor veel meer jeuk. Ma denkt niet meer aan allergie, maar aan een virus. Kan ook. Geen idee. Het jeukt, dat is het enige wat ik weet.
Naar het hotel. Sleutel en naar de kamer (Felix: 925, Steve: 802 en wij: 921). Het is weer een hele sjouwpartij (ma’s tas, mijn rugzakje –met daarin mijn cameratas- en mijn Postbank City Bag met de computer) en ik presteer het om mijn Canda-jasje in de bus te laten liggen. Balen, maar niet een groot probleem. Ik wil het jasje eigenlijk wel voor de avond hebben, zodat ik eventueel ’s avonds kan wandelen. En mijn medicijndoosje zit er in (genoeg medicijn op andere plekken bij me, maar met dat doosje kan je goed bijhouden of je je medicijn wel genomen hebt).
Het lukt me niet om de chauffeur te pakken te krijgen. Zelfs de briefjes onder zijn door werken niet. Jammer, maar helaas. Had ik maar niet zo stom moeten doen.
Het is een kleine, oude kamer. Het voelt niet echt schoon aan. Maar we hebben een balkonnetje (in totaal slechts een stoeltje) en het blijkt dat onze hele groep op de 8ste en 9de verdieping zitten … en allemaal hebben we “a room with a view”: we kijken uit over Queentowns Bay. We zitten overigens relatief dicht bij het centrum van Queenstown, maar volgens mij is het nog een hele tippel.
De jeuk is erger geworden (zowel qua intensiteit als het aantal plekken) en ik ben best wel moe. Aangezien ma het ook best vindt, maken we er een rustmiddag van. En zo heeft Wereldcontact het waarschijnlijk ook bedoeld (het is echt een vol programma). Misschien dat we morgen Queenstown nog even ingaan, want we vertrekken pas laat.
We keren onze koffers om op het bed en pakken alles opnieuw in. De spullen zijn nu weer een stuk beter te vinden in de koffer. Een ander voordeel is dat ik meteen even kan uittellen of ik nog genoeg kleding heb tot het eind van de vakantie. Anders moeten we nog wat wassen. Het ziet er naar uit dat ik nog meer dan genoeg schoon spul bij me heb. Op zich ook niet gek, omdat ik –vlak voor vertrek- toch nog extra kleding in mijn koffer heb gegooid in verband met mijn bloedende jeukwondjes.
Heerlijk. Een keertje niet tot zo laat aan tafel. En vooral. Niet zo laat op de kamer terug. Het eten is heerlijk, hoor. En het is ook best gezellig aan tafel, maar het wordt steeds zo laat. Het is ook aan de anderen (sommigen) te merken dat het wat laat wordt, Gisteren gingen er, zelfs voor ons, al een paar mensen terug naar de kamer. En dat lag echt niet aan het feit dat de thee en koffie zelfbediening was.
Op de TV is een “Friends” die ik nog niet ken. Het is de eerste keer dat ik een keertje TV kijk. Daarna de serie “Ed” (ken ik niet).
Internet-ten is hier, als het goed is, ook weer gratis (behalve de kosten van mijn account, uiteraard). Ik bel twee keer in en er wordt niets gerekend, zo weer de front desk met te vertellen. Ik PL wat met Paul. Vanochtend gaf hij aan wat ziekjes te zijn, vandaag ging hij toch weer naar zijn werk. Ik zie dat Bert de verslagen alweer heeft bijgewerkt (dank je, Bert!) en ik begin met het versturen van de 40MB aan foto’s van Leendert (de eerste 200 foto’s zijn verstuurd). Ik hoop dat zijn mailbox groot genoeg is.
Echt vertrouwen doe ik het niet, dus als ik voor de tweede keer in wil bellen om het verslag te publiceren, krijg ik opeens te horen dat er NZ$36.00 open staat. Oeps. Dat was niet helemaal de bedoeling. Mijn intuïtie was goed. Morgen maar eens navragen hoe het kan dat ik het ene moment te horen krijg dat ik niets hoef te betalen, en het andere moment dat het me een kapitaal (nou ja) kost. Een mooie les.
Morgen kunnen we om 8:00 uur eten (tot 10:00 uur). Om 11:00 uur moeten we de kamer uit (en de koffer buiten zetten). We gaan dan om 14:00 uur weg.